Anti-kraak Kerstverhaal
Een kraakverbod kan vele vervelende gevolgen hebben, bijvoorbeeld anti-kraak wonen.
Hier een voorbeeld uit de "geschiedenis", de geboorte van Jezus.
AANKONDIGING VAN DE GEBOORTE VAN JEZUS
In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazareth in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: "Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je." Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: "Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen."
Maria vroeg aan de engel: "Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad." De engel antwoordde: "De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God, het kind zal de naam Jezus dragen. Maria zei: "De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd." Daarna liet de engel haar weer alleen.
DE GEBOORTE VAN JEZUS
In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Bethlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, tevergeefs zochten zij naar een behaaglijke plek om haar kind ter wereld te brengen. In de herberg was geen plaats voor hen, ze zochten verder totdat ze een stal zagen, Maria zei tegen Jozef: “Laten we maar in die stal overnachten, ik denk niet dat ik nog veel verder zal geraken”. Jozef bracht haar naar de stal waar ze werden opgewacht door een os en een ezel, al snel begonnen Maria's weeën.
Plotseling hoorden ze een stem: “Rot op!!!! smerige krakers!!!!”. Wat krijgen we nu?? dachten Jozef en Maria. Twee mannen kwamen binnen stormen, de eigenaar van de stal vergezeld door een soldaat. Houd u staande!!!, riep de soldaat naar Jozef en Maria die zich van geen kwaad bewust waren.
Keizer Augustus heeft onlangs het kraak verbod aangekondigd vertelde de soldaat, wat u doet is kraken en ik zou u hiervoor moeten arresteren. Maar mijn vrouw moet gaan bevallen, antwoordde Jozef, ze krijgt haar eerste weeën al, omdat ze voelde dat ons kind elk moment geboren kan worden en de herberg vol was hebben we deze stal betrokken, we dachten hiermee niemand tot last te zijn. De soldaat zei: “eigenlijk zou ik jullie mee moeten nemen, gezien jullie nog niet op de hoogte waren van het kraak verbod zal ik jullie laten gaan, maar laat me jullie niet nog eens betrappen”, Jozef en Maria dankten de soldaat en verlieten de stal. Buiten aangekomen riep de soldaat ze terug. Misschien kan ik jullie wel verder helpen riep de soldaat, als jullie met spoed op zoek zijn naar een plekje dan zou je eens kunnen proberen bij een anti-kraak bureau, enkele straten verderop vind je er een, volg gewoon die felle ster aan de hemel tot je bij een kasteeltje komt waarvoor een bord staat waarop met grote letters “Krakenot” op zijn geschilderd, je kunt het niet missen. Ze bedankten de soldaat en gingen op weg.
Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: "Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag zal in de stad van David voor jullie een redder worden geboren. Hij is de messias, de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt."
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: "Laten we naar Bethlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt." Ze wilden net gaan vertrekken toen ze een man en een vrouw met moeite verder kwamen. “Kunnen wij u misschien ergens mee helpen?” vroegen de herders, Nou.... antwoordde Jozef, als jullie misschien even op mijn vrouw zouden kunnen passen, ze is namelijk zwanger en ons kind kan elk moment ter wereld komen, we waren zojuist maar in een verlaten stal hier verderop gaan zitten, er stond zelfs een voederbak die we net aan het inrichten waren als bedje voor ons kind toen de eigenaar en een soldaat ons er uit stuurden omdat we blijkbaar aan het kraken waren en dat is verboden. Gelukkig heeft de soldaat ons laten gaan en ons doorverwezen naar een anti-kraak bureau hier wat verderop. Als jullie even op mijn vrouw kunnen letten dan kan ik daar snel langs gaan om een goed onderkomen voor ons te regelen. Maar natuurlijk willen wij dat, zeiden de herders, we zijn onlangs bezocht door een engel die ons over jullie heeft verteld, jullie kind zal onze nieuwe redder worden en voor onze heer doen wij alles, gaat u maar snel, wij zullen wel over uw vrouw waken. Jozef zette er de pas in en volgde de ster tot bij het kasteel van Krakenot.
Eenmaal binnen werd Jozef ontvangen door een man met een sluwe grijns op zijn gezicht. “Goede middag, ik ben Judas Krakenot, waarmee kan ik u van dienst zijn meneer?” vroeg de man. Een soldaat van keizer Augustus heeft mij naar u gestuurd meneer antwoordde Jozef. Hij vertelde mij dat u mij en mijn vrouw zou kunnen helpen bij het vinden van een tijdelijk onderkomen, we waren namelijk aan het kraken maar dat is schijnbaar verboden. “KRAKEN???!!! Dat is een zware misdaad, zomaar iemands eigendom inpikken, waarom heeft die soldaat je niet opgesloten zoals het hoort? antwoordde Judas. Jozef legde hem uit dat ze niets wisten over een kraakverbod of zelfs over kraken en dat ze daarom mochten gaan, Judas streek eens over zijn hart en nodigde Jozef toen toch uit om mee naar zijn kantoor te gaan. Jozef was meteen vol van blijdschap toen Judas hem ook meteen een leuk huisje aanbood, Judas nam er een contract bij en begon dit te verklaren, Jozef had door alle blijdschap moeite zijn aandacht er bij te houden en knikte vrolijk ja, toen hij hoorde dat hij slechts 3 goudstukken per maand hoefde te betalen voor hun beide kon zijn geluk al helemaal niet meer op en ondertekende hij snel het contract, betaalde de 3 goudstukken en nam de sleutels in ontvangst.
Jozef haastte zich terug naar Maria en de herders, zijn kind was nog niet geboren. 'Het is gelukt!!!' riep Jozef vol blijdschap. Snel brachten ze Maria naar hun nieuwe huisje. Het huisje was dan wel niet erg goed bijgehouden, de tuin was verwilderd en het lekte op enkele plaatsen maar er was wel verwarming en water. Jozef zette meteen de verwarming aan. Ineens riep Maria: 'Jozef, het moment is daar, ons kind komt nu.' Enkele minuten later was hun zoon daar, hij kreeg de naam Jezus zoals de engel had gezegd. Jozef en Maria waren de gelukkigste mensen op aarde, ouders van de zoon van god. Jozef keek eens naar buiten of hij de herders nog zag, deze waren nog niet weg en wilde natuurlijk graag binnen komen om hun redder te bewonderen. De herders hadden enkele kruiken met bier bij zich en wat eten en al snel werd de geboorte van Jezus uitbundig gevierd.
Plotseling werd er op de deur geklopt, Jozef deed open, voor de deur stonden 3 mannen. “Wij zijn de 3 wijzen uit het oosten, wij hebben de heldere ster gevolgd tot uw voordeur en komen voor de geboorte van de zoon van god” zei een van de mannen. “Ook hebben wij geschenken voor u meegenomen” antwoordde een andere man. Kom binnen zei Jozef vriendelijk, de mannen kwamen binnen en voegde zich rond Maria en kindje Jezus, ze overhandigden hun geschenken, goud, mirre en wierook en voegden zich bij de herders rond het feestmaal. Jozef legde het goud en de mirre opzij en stak wat van de wierook aan. Het feest ging vrolijk verder tot er weer op de deur werd geklopt. Ditmaal stond er een controleur op de stoep van Krakenot die Jozef vroeg of hij eens binnen mocht kijken. Natuurlijk mag dat, antwoordde Jozef en liet de man binnen. Mijn vrouw heeft zojuist de zoon van god, onze redder op aarde gebracht, komt u snel kijken meldde trotse Jozef de controleur. “Wat zegt u??!!!!” zei de controleur, “Een kind???!!! Dat mag niet!!!!” ging hij verder. “U maakt een grapje zeker??” vroeg Jozef aan de controleur maar deze ontkende dit met een stalen blik en liep de huiskamer binnen.
“En wat heeft dit dan te betekenen???” zei de controleur toen hij de herders en de wijzen rond het feestmaal zag zitten. “Wij zijn herders, eerder vanavond sprak een engel tot ons en vertelde ons dat wij de zoon van god zouden ontmoeten, al snel vonden wij hem en dit vieren wij nu.” vertelde een van de herders. “En wij zijn de 3 wijzen uit het oosten, ook wij zijn hier om de geboorte van de zoon van god te vieren” antwoordde een van de wijzen.
“Het maakt me niet uit wie je bent antwoordde de controleur, jullie hebben duidelijk te veel gedronken en ook lijken jullie je aan geen enkele regel te houden. Er zit hier 15 man binnen, dat zijn er al 10 te veel en daar bovenop zijn feestjes verboden, ook is er een minderjarige aanwezig dat is ook verboden, en.... wat stinkt het hier, hebben jullie opium zitten roken ofzo???”. “Nee dat is wierook.” vertelde Jozef, waarop hij een botte 'het zal wel' terug ontving.
Helaas moet ik u er per direct uitzetten en u een boete opleggen van 200 goudstukken deelde de controleur hen mede. Jozef en Maria schrokken, hun nieuwe huisje nu al weer kwijt en ook nog eens een flinke boete. Onderhandelen was niet meer mogelijk, gelukkig hadden ze juist een gul geschenk gekregen en konden ze de boete betalen. Ze raapten snel hun spullen bij elkaar en verlieten getreurd het pand, zwaar vermoeid volgde ze de herders terug naar het veld waar ze een zeer koude nacht te wachten stond.

Nieuwe reactie inzenden